Afgelopen weekeinde waren een goede vriend en vriendin te gast in Chateau Mondou in Villeneuve sur Lot. Zoals met veel mensen het geval is, kennen we dezelfde mensen zonder dat we dat van elkaar wisten. Die goede vriend is daarnaast psychiater, dus dat mag geen verbazing wekken. Zo kwam Dick ter sprake. We haalden een avond vermakelijke oude koeien uit de slot.
Ik ontmoette Dick voor het eerst toen ik als een hele jonge sociaal psychiatrisch verpleegkundige (spv) een aantal dagen als uitzendkracht bij het Queridohuis aan het Robert Kochplantsoen in Amsterdam kwam te werken. Ik was geïmponeerd door zijn kordaatheid, zijn vlotte voorkomen en het ogenschijnlijke gemak waarmee hij een crisissituatie tegemoet trad.
Later werkten we samen bij de Centrale Riagg Dienst, ook wel bekend als de Rijdende Psychiater. Het Daklozenteam, waarvan ik ruim 18 haar deel uitmaakte, was ook bij die dienst ondergebracht. Het waren jaren waarin ik ontstellend veel geleerd heb. Elke dag, om 09 uur, vond daar het ochtendrapport plaats, voorgezeten door een vijftal psychiaters, waar Dick er een van was. We presenteerden daar de casuïstiek die we de dag daarvoor in de crisisdienst hadden gezien.
De arts-assistenten en spv-en werden tijdens die vergadering doorgezaagd over die ontmoetingen. Het was moeilijk om de avond daarvoor de slaap te vatten, zo nerveus was ik. Je moest goed voorbereid en beslagen ten ijs komen. Een vergeten vraag werd daar breed uitgemeten door de voorzitter.
In 2009 verruilde ik dat team voor een andere betrekking. Heb ik Dick daarna nog gezien? Nee, nooit meer. Maar hij heeft op mij een onuitwisbare indruk achtergelaten.
In het volgende verhaal speelde Dick een belangrijke rol. Zie het als een ode aan een bijzondere psychiater, een geestdriftige man, een bedreven professional, elke dag onberispelijk gekleed en voor mij een man met wie ik de liefde voor de Sociale Psychiatrie deelde.

