armoede

Studiereis naar Boekarest: waarom de kinderen er huilen

Naar verluid waren de belastingen verhoogd. Dat was de voornaamste reden dat de binnenstad van Boekarest een metamorfose had ondergaan. De stad en de talrijke terrassen baadden in overvloedig zonlicht en iedereen nam het er van. Het maakte het contrast met de mensonterende omstandigheden van arme mensen aan de randen van de stad alleen maar groter. Zelfs de duizenden zwerfhonden domineerden het straatbeeld niet meer. Die waren, net als de minderbedeelde mensen, naar de buitenwijken verjaagd. Niets is wat je ziet. Schone schijn bedriegt.

Troosteloze buitenwijk

Meindert kon zijn tranen tijdens de dagelijkse briefing niet bedwingen. Het werkbezoek aan een troosteloze buitenwijk, vol met aan heroïne verslaafde en Hiv-geïnfecteerde mensen, had er diep ingehakt. Het kostte enig sleuren en trekken om hem er over te laten praten. Toen kwamen de waterlanders als vanzelf. Zoveel misère maakt een mens monddood. Met stomheid geslagen.

Huilen om de volwassenen

Midweeks bezochten wij het huis waar Robertino en zijn 15 koppen tellende familie onderdak hadden gevonden. De familie Badea was hun woning kwijtgeraakt toen de rechtmatige eigenaar, na de val Ceausescu, de woning weer kwam opeisen. Sindsdien zwerft de familie door de stad. Zo nu en dan stelt een oom zijn huis voor een aantal maanden open voor de familie. Drie kamers van 3 bij 3 voor 15 mensen. Dan moet je improviseren. De sleet zat er behoorlijk in. Het rook er muf, naar natte en ongewassen kleding. Het was er vies en groezelig. Oom lag op de enige bank een dutje te doen. Aan de kleine tafel in wat voor de woonkamer door moest gaan zaten een aantal jonge mannen uitgeblust naar een sneeuwend beeldscherm te kijken. Uit alle hoeken van de woning kwamen neefjes, nichtjes, zussen en broers tevoorschijn. Behalve Robertino en een broer, werkte er niemand in het gezin. Zij hielden zichzelf in leven met de clandestiene verkoop van honing en medicinale zalfjes. Eén van de neefjes werd door zijn moeder een gang naar de straat ontzegd. Buiten spelen zat er voor hem die middag niet in. Zonder dat hij een geluid maakte biggelden er tranen over zijn wangen. Hij staarde ons doordringend aan. In zijn ogen lag een groot verwijt aan het adres van alle volwassenen in de kamer besloten. Afkeuring over de uitzichtloze omstandigheden waarin hij en al die kinderen vertoefden. Ik wist niet waar ik moest kijken. Zoveel pijn en te vroeg verworven wijsheid was er uit die kinderogen op te lezen.

Een karige maaltijd toch delen

Meindert liet mij kort na thuiskomst weten dat hij ondanks al die droefenis als een ‘rijker’ mens naar huis was teruggekeerd. Rijker, omdat wij kennis hebben gemaakt met hulpverleners en mensen die, ondanks een magere beloning en beperkte middelen, doen wat ze kunnen doen. Mensen helpen en er het beste van maken. We wonen hier onwetend in de hemel. Dat is de schaduwzijde van een verzorgingsstaat. Geen flauw benul hebben van hoe armoede er uit ziet. Arme mensen delen hun laatste maaltijd met jou. En zijn blij met weinig. Die vreugde valt niet in geld uit te drukken. Dat kun je alleen zien en voelen. Met je hart.

photo credit: Camil Tulcan via photopin cc

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge