Over Schizofrenie Bestaat Niet, Theo Meijer, Verwenpsychiatrie en Goede Mensen

Guru

Iedereen heeft zo z’n Goeroes. Ook Jim van Os. En ik. Je kunt zoals Ria van der Heijden, de oprichtster van Ypsilon te pas en te onpas deed, fulmineren over de toestand van de Psychiatrie in Nederland en de rest van de Wereld, dat is nog steeds hard nodig, maar dat we hier grootheden hadden en hebben rondlopen, dat is een feit. Ik heb er ettelijke gekend. Mensen die al lang voordat Jim waagde te stellen dat ‘Schizofrenie niet bestond, lak hadden aan die terminologie, conventies en het beste uit mensen naar boven haalden. .

Met boeven vang je boeven.

Amsterdam kende in de laatste twee decennia van de vorige eeuw vele kleurrijke, lastige, markante en gekke daklozen. Om er voor te zorgen dat deze mensen niet dakloos bleven, was het zaak te beschikken over hulpverleners die begiftigd waren met soortgelijke eigenschappen. Zo ze niet over deze eigenschappen beschikten, moest er in ieder geval een brandend verlangen bestaan zich te willen verdiepen in de leefwereld van de dakloze medemens. Op de Sociale Academie had ik geleerd dat er allerlei methodieken bestonden om de mensen met raad en daad terzijde te staan. Je kwam er een heel eind mee. Edoch, je kon als hulpverlener een schier onuitputtelijke theoretische kennis met je mee torsen, en er toch niets van bakken, als je dat andere niet had.

Een brandend verlangen

Ik had het geluk Theo Meijer te mogen ontmoeten. Toen ik mijn eerste dakloze cliënt aan hem presenteerde met de mededeling dat het gegeven dat hij een prachtige Dior zomerhoed droeg en in een kobaltblauwe jurk rondliep, te wijten was aan het feit dat hij ‘schizofrenie’ had (zoveel had ik uit zijn vuistdikke dossier opgediept), verordonneerde Theo dat ik tijdens de kennismaking verder maar mijn mond dicht moest houden.

De Walenburg

Theo werkte in een internaat in de binnenstad van Amsterdam, vlakbij de Nieuwmarkt. Van HVO-Querido. Later heette dat een sociaal pension. Nu waarschijnlijk een RIBW. Hij had een brandend verlangen. En dat andere. Hulpverleners die pochten met hun kennis van psychiatrie en eigendunk, waren bij hem aan het verkeerde adres. Het interesseerde hem geen zier. ‘Kunt u mij vertellen wat de cliënt nog wel kan?’, was steevast zijn vraag, als weer een domme hulpverlener het doopceel van de patiënt had gelicht.

Singapore Influenza

Er bestond voor hem geen grotere uitdaging dan het de nieuwe bewoner naar de zin te maken. Als de bewoner geen bezigheden had, dan werden die voor hem gezocht. Zo had hij een medische staf geformeerd die volledig uit bewoners bestond. Hij schafte via een contact bij het AMC voor ieder staflid een witte doktersjas aan. Elke ochtend om 9 uur kwam de medische staf in zijn kamer bijeen. Een kamer waarvan de ramen bedekt waren met röntgenfoto’s van allerlei ernstige kwetsuren. Tijdens zo’n bijeenkomst werd steevast besproken welke werkzaamheden er die dag op de agenda stonden. Dat kon variëren van het begeleiden van een medebewoner naar het spreekuur van een huisarts of het vertroetelen van een door de Singapore Influenza gevelde medebewoner.

Een wisse psychose

Zo af en toe, als de gezondheid van de bewoners iets te wensen overliet, stuurde hij iemand van de medische staf naar mijn bureau en liet hem een doosje ‘zeer kostbare’ medicijnen afleveren. Een week later liet hij hetzelfde doosje door een ander weer ophalen.

Onwillige bewoners bestonden voor hem niet. Als een pensiongast weigerde nog langer zijn pillen te slikken, dan schroomde hij niet zich tijdens het middageten in de eetzaal op theatrale wijze ter aarde te storten. Vervolgens liet hij zich door iemand van de medische staf een neppil toedienen, waarna hij rap weer op de benen was. Meestal kostte het hem weinig overredingskracht om de patiënt zijn medicijnen alsnog te laten slikken, waarmee hij hem waarschijnlijk behoedde voor een wisse psychose.

Een nieuwe werkplek

Bertus had een groot deel van zijn leven in de keuken van een vooraanstaand hotel in Amsterdam gewerkt. Hij was verslaafd aan alcohol. De alcohol had uiteindelijk een verwoestende uitwerking op zijn brein gehad. Hij ontwikkelde een fors ‘Korsakov syndroom’. Een aandoening waarbij er allerlei geheugenstoornissen optreden, met name in het korte termijn geheugen. Enkele weken na plaatsing in het pension meldde hij zich bij Theo met de mededeling dat hij zich verveelde. Theo regelde waar hij bijzat, met één telefoontje, een baan. De volgende morgen wekten zij hem om 7 uur. Aan de voordeur werd hem zijn jas en hoed aangereikt en onder escorte van twee leden van de medische staf werd hij naar zijn nieuwe werkplek gebracht.

Een rondje door de buurt

De stafleden liepen in werkelijkheid een aantal rondjes door de buurt en begeleiden de man via de achterdeur de keuken van de Walenburg in. De chef-kok ontving hem met alle egards. Na de middagmaaltijd werd hij zogenaamd weer opgehaald.

De man kreeg na enige maanden drie gouden knopen aan zijn koks jas genaaid en de echte chef-kok werd gedegradeerd tot koksjongen, over hetgeen hij natuurlijk elke dag luid zijn ongenoegen aan de bewoners liet blijken. Je kon Bertus elke dag met een glimlach van oor tot oor in de keuken terugvinden.

Een Goedheiligman

Jan had zijn gehele leven in het ouderlijk huis gewoond. Hij functioneerde op het niveau van een vijfjarig kind en zijn brein werd geteisterd door psychosen. Toen zijn moeder de respectabele leeftijd van tachtig jaar bereikte werd Jan in een gezinsvervangend tehuis geplaatst. Hij kon er zijn draai maar niet vinden. De staf zat na enige tijd met de handen in het haar; niet wetende hoe het Jan naar de zin te maken.

Zuster Kandelaar

Op een goede dag belandde hij, op sleeptouw genomen door een dakloze man, in de koffiekamer van de kloosterorde van de Zusters Augustinessen in de Warmoesstraat. Zuster Kandelaar trok zich het lot van Jan aan en bracht hem naar Theo. Hij bood hem, met goedkeuring van moeder en de staf van het gezinsvervangend tehuis, een kamer aan.

Show me the money

Jan ontpopte zich als een rustige, weinig spraakzame bewoner, waarschijnlijk omdat hem niets opgedrongen werd. Erg populair bij zijn huisgenoten maakte hij zich aanvankelijk niet, want hij maakte er een gewoonte van zijn eens per week uitgekeerde zakgeld dagelijks op een tafel in de eetzaal ten toon te spreiden en uit te tellen. Het gros van de bewoners had het weekgeld er al in een dag doorheen gedraaid.

The December 5th Itch

In de maand november vertoonde Jan plotsklaps een opvallende verandering in zijn gedrag. Hij was de gehele dag onrustig; liep te ijsberen door het pand, zijn eetlust nam zienderogen af en hij kon ’s avonds de slaap niet vatten. Na luttele dagen ontbood hij Theo op zijn kamer. Het viel hem op dat de schoenen van Jan pal achter de deur van zijn kamer stonden.

Sinterklaas

– ‘Jan, je doet de laatste tijd zo anders, wat is er?’

– ‘Ik ben bang dat de Sint niet weet dat ik nu hier woon. Ik ben iedere avond aan het zingen, maar er zit niks in mijn schoen!’

Volgens moeder had zijn geloof in de goedertierenheid van Sint-Nicolaas op vierjarige leeftijd een aanvang genomen en was hij nooit meer opgehouden in het bestaan van de filantroop uit Spanje te geloven.

De Postzak van Sinterklaas

– ‘U moet hem elke dag een klein beetje geld geven en van de rest kleurpotloden kopen’, tipte zij Theo.

Vanaf dat moment tekende Jan met een ongebreideld fanatisme felgekleurde mannetjes met grote hoofden, tot de gaten in het papier vielen. Stapels tekeningen werden door Theo vanzelfsprekend naar Spanje gestuurd.

Verwenpsychiatrie volgens Joke Leenders

Vroeg in de ochtend verschafte Theo zich met behulp van de moedersleutel de toegang tot de kamer van Jan en vulde de schoenen met speculaaspoppen. Elke maandagochtend telefoneerde hij vanuit zijn kantoortje, met een zakdoek over de hoorn, naar de eetzaal van het pension. In de hoedanigheid van de Sint hoorde hij Jan uit over zijn verlangens; Jan schold naar hartenlust op het personeel van de Walenburg en het gesprek werd afgesloten met de vraag hoe men zijn verblijf in de komende week zou kunnen veraangenamen.

Krachtgericht werken

Op zijn eerste Sint-Nicolaasavond in het pensiontehuis kreeg Jan uit handen van een ingehuurde Baardman zijn felbegeerde radio met ingebouwde cassetterecorder en een bandje met Sinterklaasliedjes.

Jan woonde ruim vijftien jaar in het pensiontehuis. Het tekenen van mannetjes met grote hoofden ging het gehele jaar door. In november verheugden zijn huisgenoten zich met hem op de komst van de Goedheiligman.

Schizofrenie bestaat niet

Hoe vaak moeten we dat nou nog zeggen?! Het is maar een naam die iemand bedacht heeft. Niets is wat het lijkt. We kunnen er een andere naam aan geven. Mijn 40-jarige carrière in de psychiatrie kenmerkt zich door ontmoetingen met bijzonder mensen. Mensen die mij de weg wijzen en hebben gewezen naar gewone-mensen-taal, hele gewone en praktische benaderingen.

Theo was zijn tijd en die van the cast van www.schizofreniebestaatniet.nl ver vooruit. Hij wilde er niets van weten en geloofde er niet in. Hij heeft ‘het omdenken’ bedacht, rehabilitatiegericht handelen, krachtgericht werken, Individual Placement and Support en zo kan ik nog wel even doorgaan. En dat allemaal zonder er zich op voor te staan en zonder zich daarvan echt bewust te zijn. Ondanks een niet afgeronde studie Filosofie bewaakte Theo ook nog eens alle ethische grenzen. Hij ging nooit gierend door de bocht.

Waarvan Acte

Theo had een eigen begrafenisteam dat volledig uit bewoners bestond. Alle verscheiden Walenburgers werden begraven op begraafplaats Barbara en de kistendragers kwamen er speciaal en onbezoldigd voor opdraven. Theo bedacht het Vuil Harmonisch Orkest en trad ermee door het hele land op. Dat alles onder de Olympische gedachte; het maakt niet uit wat je bespeelt, als je maar speelt! Theo ging jaarlijks op vakantie naar Israël, met een groep bewoners. Theo tapte bier in het pension, want zo had hij zicht op wat mensen dronken. Na vier biertjes ging de tap voor die dag dicht. Het bespaarde bewoners een hoop geld en een gang naar de kroegen van de Nieuwmarkt.

Een manager werkt voor jou en niet andersom

Misschien had hij toch 1 manco. Ik heb hem jarenlang geadviseerd zijn methodieken op schrift te stellen. Dat heeft hij nooit gedaan en dus moest Theo op een dag het veld ruimen in de vaart der moderne managers volkeren.

Schizofrenie bestaat niet. Hoopvolle en slimme mensen wel. Alles is al bedacht. Door Theo. Ik kan je er 100 verhalen over vertellen. Waarvan acte.

Rokus Loopik

 

 

31 comments

  1. Nanette Waterhout

    De wereld zit vol mooie, bijzondere mensen en talentvolle mensen. Kon iedereen dat maar wat meer zien en waarderen. Dank voor je mooie voorbeelden. Ik zie ze gelukkig ook dagelijks voorbij komen.

    Groeten Nanette

  2. Clara Koek-Michels

    een man met groot inzicht en een groot hart deze Theo. Mooi zoals je zijn werk beschrijft en eert.
    het zal niet voor niks zijn dat je dit doet, ik bespeur een zelfde passie…..

    • Ik heb veel van Theo geleerd Clara! Onder andere dat een situatie nooit uitzichtloos is. Nog sterker, een oplossing ligt heel dichtbij. Het helpt erg als je dat wilt zien. Txs, for your feedforward!

  3. helaas , ik heb wel enige ervaring in de ggz .
    maar zulk een onbezoldigdheid van een hulpverlener is uniek.
    mij heeft muziek er altijd doorgesleept , en de steun van een aantal
    muziektherapeuten , waarvan akte .

    mvg martijn

    • Coming up. Elke maand een verhaal uit de doos van Theo. Die doos bezit hij overigens werkelijk. Een oude schoenendoos vol met pasfoto’s van oud-bewoners. Bij elke foto kan hij een verhaal vertellen.

  4. evalien de lange

    hoi hoi
    wat is er toch allemaal aan de hand geweest met al die daklozen en wat schort er nu anno 2015 nog aan
    ik hoorde je in de documentaire van een vandaag toch duidelijk zeggen dat het daklozenprobleem in Nederland vergeleken in de VS het toch beduidend beter gesteld is
    en dan heb ik het niet over het enorme politieke en wat mij betreft zeer menselijke vraagstuk wat te doen met alle vluchtelingen die nederland mondjesmaat een bad een brood en een bed ternauwernood aan willen bieden
    ik heb zelf ten tijde van de oorlog in Sebrenica een vluchtelingenopvang project gesteund en een gezin ogevangen in het toenmalige ripperda kazerne
    thats different cook
    sorry hoor ontzettend fijn dat er mensen zijn zoals Theo maar mijn prioriteit ligt nog steeds bij mensen die tussen wal en schip vallen
    met mijn vrindin gaat het weer wat beter ze is aangemeld bij odion voor een gewoon huisje met begeleiding in een gewne woonwijk
    mag ze dat aub na zeven jaar instelling
    we moeten er allebei voor blijven knokken
    blij dat ik er voor haar ben
    groetjes evalien

  5. Beste Rokus,
    met plezier las ik je verhaal over Theo Meijer, die samen met Wim te Pas, de directeur van HVO Walenburg, een geheel eigen aanpak ontwikkelde. Met enige aarzeling ook. Er zaten meer kanten aan die aanpak. De onorthodoxe en barmhartige manier van werken, het plezier dat medewerkers uitstraalden en een hoog niet-lullen-maar-poetsen gehalte was 1 kant van de zaak. Terugkijkend vanuit ons overgeprotocolleerd en bureaucratisch DBC, CIZ en andere afkortingen-tijdperk, heeft het iets romantisch, dat Walenburg. Aan de andere kant was er ook de werkelijkheid waarin bewoners zes vierkante meter hadden, geen enkele inspraak hadden, qua psychische gezondheid nauwelijks de eerstbenodigde medicatie kregen. Ooit vroeg ik, omdat ik de aanpak en acceptatie van dakloze psychiatrische patienten in sociale pensions van de maatschappelijke opvang zo´n voorbeeld voor de rest van het land vond, 4 psychiaters uit Den Haag om eens te gaan kijken in o.m. Walenburg, maar ook het Fokke Simonshuis. Ze spraken toen ook met Theo.
    Hun verslag aan mij van de toestand waarin zij mensen met ernstige psychisch lijden aantroffen, heeft me het schaamrood op de kaken gejaagd. Niet alleen werden bepaalde beelden, zoals ernstige angstpsychoses niet door medewerkers herkend, er werd ook niets aan gedaan. Maandenlang in een hoekje zitten omdat iemand zeer angstig was, was iets waarvan gezegd werd dat iemand geaccepteerd moest worden zoals hij was. Feitelijk kwam dat neer op ernstige verwaarlozing. Er was voor die mensen geen herstel. Ze gingen er ook dood en ze werden er ook verzorgd en verpleegd dan. Dat was zeker mooi. Dat kon omdat er -gelukkig- een medewerkster aanwezig was die Verpleegkunde A had gedaan. De keerzijde was dat mensen die normaal gesproken vanwege hun lichamelijke toestand in een verpleeghuis opgenomen hadden moeten worden, dat niet werden, omdat die zorg toen niet toegankelijk was voor mensen uit de maatschappelijke opvang.
    De daadkracht van Wim te Pas -en zijn relaties in de stad ongetwijfeld- zorgden er later voor dat er ruimte kwam voor nieuwbouw waar mensen een HATwoning kregen, ongekende luxe in de opvang in die tijd , dat werd WalenburgII. Housing First avant la lettre denk ik.

    Vanaf 1994 was er een heel kleine subsidieregeling voor de sociale pensions, 5000 euro per jaar voor begeleidjng van psychiatrische patienten in opvanginstellingen. Met de 5000 euro aan opvanggeld van de gemeente en 5000 euro eigen bijdrage die de klant zelf van zijn uitkering betaalde, werd voor 15.000 euro per jaar bed, bad, brood en een beetje begeleiding geboden. Veredelde armenzorg.
    Later heeft Jaap Fransman, als 1 van zijn eerste acties, een onderzoekje laten uitvoeren in de socale pensions van HVOQuerido. Zwerven tussen opvang en zorg, heet het uit mijn hoofd. Uit dat onderzoek bleek dat volgens de maatstaf die de toenmalige RIBWen gebruikten om de ernst van de zorgvraag van de klant in te schatten, de bewoners in de sociale pensions zieker waren dan die in de RIBWen. En in de sociale pensions werd daar vrijwel niets mee gedaan. Bewaarhuizen waren het. Met heel veel hardwerkende (ook buiten werktijd zich inzetten) en goedwillende medewerkers, maar 1 medewerker op 30-40 bewoners was niet abnormaal in die tijd.
    Enfin, ik ben blij dat die tijd achter ons ligt. Ik wil niets afdoen aan een discussie waarin gekeken wordt naar het tegengaan van labels en stempels die niets bijdragen aan de mogelijkheden van mensen om hun leven te leiden zoals zij dat willen. Maar terugdenken aan de goede oude tijd, zonder te zien dat mensen in de opvang toen 100% en voor alles afhankelijk waren van die opvanginstelling en 0% te zeggen hadden over hun levensomstandigheden, tsja, die kon ik niet laten passeren.

    • Hallo Rina, dank voor je reactie. Altijd fijn als mijn blogs/columns discussie opwerpen.
      Ik heb ‘die goede oude tijd’ niet mooier willen maken. Ik ben net als jij blij dat we daar niet meer in leven. Daar gaat mijn stuk ook niet over. Mijn stuk gaat over Theo Meijer en hoe hij heeft gepoogd mensen in kommervolle omstandigheden te helpen. En dat in het licht van onze onbedwingbare behoefte om mensen in hokjes te stoppen.
      Hoewel ik die 18 jaar werken aan de rand van Amsterdam nooit had willen missen; ik heb er zoveel bijzondere mensen ontmoet en bijzondere dingen meegemaakt, waren we ons bij het Rehabteam bewust van de wantoestanden in de vele smoezelige en schemerige onderkomens die Amsterdam rijk was. We kwamen overal. Daar willen we niet meer naar terug. Het is tenslotte nog maar zo kort geleden dat de gemeente Amsterdam de wantoestanden in Pension Weltevree heeft aangepakt. Ik praat er evenwel graag een keer met je over door. Ik kon er in die periode natuurlijk niet echt ‘blanco’ naar kijken.
      Rokus schreef onlangs…Recovery Quote 64 on: Being specialMy Profile

  6. Maurice wasserman

    Prachtig. Zelf heb ik ook zo’n man, hulpverlener, ontmoet die niks van moeilijke woorden moest hebben. Hij was present zonder het te weten. Gewoonraktisch, menselijk , warm en betrokken

  7. evalien de lange

    hoi Rina en Rokus.
    dit is mijn tweede poging om een reactie te verzenden ik weet niet of ik het gevoel en de bedoeling voor een tweede keer onder woorden kan brengen .
    ik doe een poging
    met schaamrood op mijn wangen heb ik het schrijven van RINA gelezen
    wat ben ik toch een onnozele hals !!!! ik moet bekennen dat ik nauwelijks op de hoogte was van de ontaarde situatie waar de toenmalige daklozen opvang en de mensen met psychiatrische problematiek zich in bevonden
    begin jaren zeventig was ik een Z verpleegkundige in spe met net zoveel idealisme en gedrevenheid
    als de hulpverleners op straat en in de opvang van daklozen in naar ik lees vaak erbarmelijke omstandigheden
    maar vergis je niet , ook ik moest werken met de riemen die we hadden veertig ”bedden ”op een verpleegafdeling met mensen met idiotie zoals men mensen met een zeer laag verstandelijk niveau noemde
    ik kijk er met gemengde gevoelens op terug maar heb er geen spijt van dat ik deze ervarjngen heb mogen doorleven
    rina en rokus jullie zijn even een eye opener voor mij geweest het spijt mij als ik door mijn felle reactie mensen heb gekwetst maar laat jullie daar niet van afhouden om jullie verhalen op te schrijven ik kijk uit naar de volgende editie over theo
    groet Evalien

    • No worries Evalien. Je hebt niemand gekwetst en ik stel prijs op jouw mening op de stukken die ik schrijf. Dus blijf aub reageren. Dank en een groet van Rokus!

  8. Beste Rokus,

    Dankjewel voor die mooie blog.
    De mooie verhalen en de reacties die je verhalen teweeg brengen, ik lees het allemaal erg graag.
    Het brengt een duidelijkheid in de complexiteit van de problematiek waarmee de zorg geconfronteerd wordt.
    Ze tonen de kracht en ze tonen ook de zwakheden waar ieder ondersteuningssysteem aan onderhevig is.
    Ze tonen de inzet en de onbaatzuchtigheid van sommige mensen die ontroerend mooi is.
    Ze tonen eveneens het onvermogen van sommige professionelen om goede zorg te verlenen en ook hoe ze zich dan weten te verschuilen in vakjargon om de schijn toch een beetje te kunnen ophouden…
    Dankjewel Rokus,dank voor het delen…
    Rik

  9. Maurice wasserman

    Zijn naam is Cor van de Mortel. Werkt in een Bw in Nuth in Limburg als hoofd woonvorm (Bw tervoorst).Ik heb over hem een stuk geschreven destijds voor het blad PSY en won er de eerster prijs mee. Dat was verrassend.
    Het stuk over hem, een column uiteraard, komt ook in het boekje – verzameling columns die ik 5 jaar schreef voor het clienten- en personeelsblad van Mondriaan ggz- dat ik momenteel bewerk.

    Hij is de motor van mijn wederopstanding geworden. Hij kende mij van vroeger, we hadden samen gehandbald en kinderen getraind. Dus hij kende mijn levensverhaal. Bijna geen toeval dat ik hem ontmoette, hij zag in mij ook geen client, maar ziei, na 13 jaar psychiatrie, ‘binnen 2 jaar ben jij hier weg en weer aan het werk’

    Zó geschiedde!

    Hij geloofde in mij, toen ik het zelf niet meer kon, gesloopt als ik was door de boodschappen van wanhoop op afdelingen…

  10. Mooi, jammer dat er tegenwoordig geen ruimte meer is voor deze manier. Heb het zelf ondervonden tijdens de opleiding. Ik wilde de persoon zoals die was leren kennen en niet wat die HAD. Alles in overleg met de behandelaar, en achter de rug om van de persoon, onbegrijpelijk. Dit is voo r mij tegen natuurlijk en voelde niet goed.

    • Hallo Sigrid, dank voor je reactie. Er is (nog) zeker ruimte voor deze manier van werken. Er is juist veel aan het veranderen in het land. Het is alleen zaak jezelf bij de juiste mensen aan te sluiten. Als je veel netwerkt, zoals ik, dan loop je ze tegen het lijf. Als je van mijn netwerk gebruik wilt maken, be welcome. Anderzijds, koester de ervaring die je beschrijft. Die heeft je de weg gewezen naar wat je wel wilt!

      een groet van Rokus

  11. Hoi Rokus, bedankt voor het stukje herbeleving van een van mijn mentoren tijdens mijn zoektocht naar ‘balans in het verstoorde’. Naast Theo mocht ik deel uit maken van een bijzondere groep bevlogen personen, die soms in de krochten van de stad onder erbarmelijke omstandigheden een reikende hand naar een door zichzelf, maar vooral door de maatschappij opgegeven kwetsbare naaste mochten uitsteken. Het heeft mij geïnspireerd en mijn blik op menselijkheid, aansluiting en compassie zeker beïnvloed.

    • Dank voor je reactie Els. Leuk te lezen dat ook jij er kracht uit geput hebt en dat het je beïnvloed heeft. Die kan Theo bijschrijven op zijn staat van erelijstje!

      een groet van Rokus!

  12. Ik had ook het buitengewone geluk, Theo Meijer te mogen ontmoeten. Ik ben nu 62 jaar oud en kijk ik terug op mijn leven, zo was Theo Meijer een van misschien drie of vier mensen, die uit de veele mensen ervoor ragen, die ik heb ontmoet. Theo Meijer te leeren kenen, was voor mi iets buiten gewonsj. Hij heeft, zonder ervoor neer darvor te krijgen dan de zegen Gods, mij leven gered!!

    Op het ,o,emt weet ik nog niet eens, of Theo nog leeft. Zo hij nog leeft, zou ik te graag kontakt met hem willen hebben, maar ik weet geen adres, geen telefon numer en geen Email. Helaas…

    • Beste Heinz, dank voor je bericht! Ik was er bij, toen je in de Walenburg binnengebracht werd en in de onderzoekskamer door Theo verzorgd werd. Ik zal dat moment nooit vergeten. Het is fantastisch dat je contact zoekt. Ik heb Theo net gebeld, maar hij is in gesprek. Ik neem aan dat hij er geen probleem mee heeft als ik jou zijn telefoonnummer geef, maar ik check het toch voor de vorm even. Ik kom bij je terug. Nogmaals, dank voor je bericht!
      rokus loopik schreef onlangs…Iedereen is van de wereld.My Profile

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge